Joseph 'Job' de Groot werd op 19 september 1860 geboren in Oirschot als zoon van veehandelaar Andries de Groot en Sophia Falk. Hij was een broer van Rosa (lees ook het verhaal van Rosa Meijer-de Groot).

 

In 1849 was veehandelaar Andries de Groot kerkmeester van de synagoge aan de Rijkesluisstraat in Oirschot. Andries en zijn vrouw Sophia hadden zes kinderen. 

Een van die kinderen was Joseph, roepnaam Job. Hij wordt veehandelaar en slager in Oirschot en is met zijn zachte aard zeer geliefd in zijn geboortedorp. Hij blijft ongehuwd. In 1935, een jaar vóór zijn vertrek naar Veghel, richt hij samen met buurtbewoners de Mirleton-fanfare en zangvereniging "'t Heidevinkje" op en is daarvan de president.

De beide schoonzoons van zijn zus Rosa laten in 1936 in Veghel aan de NCB-Laan 6 een huis bouwen voor hun schoonouders en oudoom met de naam ‘Huize Oirschot’. De notenboom die ze bij het terras naast de keuken plantten om de muggen op afstand te houden staat er nog steeds.

Rosa en haar man Barend Meijer verhuizen aldus naar Veghel en Job trekt bij ze in. Gedrieën genieten ze van hun oude dag, ondanks het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Job, Rosa en Barend waren fanatieke kaarters. Op 20 februari 1943 sterft Barend thuis een natuurlijke dood.

Vanwege de toenemende dreiging van deportatie, trekken de twee overgebleven oudjes incidenteel in bij het gezin van Rosa’s schoonzoon Mau Andriesse, die een straat verderop woont. Mau was hoofdvertegenwoordiger voor de Joodse Raad voor Veghel en omgeving. Lange tijd kon hij hierdoor uit handen van de Duitsers blijven, maar hij vermoedde dat dit niet zo zou blijven. In april 1943 besluit hij met zijn gezin onder te duiken. Voor Rosa (74) en Job (82) zag hij uiteindelijk geen oplossing. Het gezin Andriesse vertrok zonder afscheid te nemen van Rosa en Job, want zij mochten absoluut niets weten van de geplande onderduik.

Job en Rosa zijn op 9 april uit Veghel met een BBA-bus opgehaald en naar kamp Vught weggevoerd. Vandaaruit zijn zij gescheiden van elkaar afgevoerd naar Westerbork, Job op 22 april en Rosa op 9 mei. Job was bij aankomst in Westerbork waarschijnlijk verzwakt, want hij wordt opgenomen in ziekenbarak 83. Na een verblijf van 5 dagen wordt hij op transport gezet naar vernietigingskamp Sobibor, waar hij direct na aankomst op 30 april 1943 wordt vergast. Hij werd 82 jaar oud.