Kaatje de Winter, 72 jaar, 1870-1943

Op de plaats waar nu het woonhuis Heuvelstraat 15 is, stond tijdens de oorlog een klein arbeidershuisje met nummer 13. Dit huisje was eigendom van Graard van Beljouw en hij verhuurde het aan de zussen Kaatje en Leentje de Winter. Zij woonden schuin tegenover hun oudere broer Hertog en zijn gezin.

 

Kaatje de Winter werd geboren in Veghel op 1 december 1870 als helft van een tweeling. Haar zusje Mijntje overleed echter niet lang na hun eerste verjaardag. Over Kaatjes jeugd weten we niets, behalve dat ze pas twaalf jaar oud was toen haar vader overleed. Kaatje werd huishoudster en heeft als zodanig veel woonplaatsen gehad. Zo heeft ze gewoond en gewerkt in onder andere  Amsterdam, Brussel, Antwerpen, Gorinchem, Oss, Leiden, Middelharnis en Geertruidenberg. Tussendoor zijn er perioden dat ze voor korte tijd terugkeerde naar Veghel. In 1941 kwam Kaatje definitief terug in Veghel, omdat ze op haar 71e met pensioen ging. Ze trok in bij haar zussen Leentje en oudste zus Johanna. Na Johanna’s dood bleven Kaatje en Leentje samen achter.

 

Op donderdag 27 augustus 1942 kregen de zussen de oproep zich de volgende dag met de voorgeschreven bagage op het busstation te melden voor vertrek naar een werkkamp. Kaatje en Leentje besloten echter onder te duiken. Onder een valse naam schreven de zussen zich in als gast van het pension Eljo-Zamy in Ugchelen bij Apeldoorn. Dit pension lag op een landgoed tussen bossen en heide. Tijdens de oorlog hebben hier talloze onderduikers voor kortere of langere perioden gezeten. Kaatje stond hier bekend als "Tante Keetje" en Leentje als "Tante Lena".

 

Op woensdagavond 14 juli 1943 vielen drie agenten in burgerkleding het pension binnen. In eerste instantie hadden de agenten Kaatje en Leentje in hun kleine slaapkamertje niet gevonden. Dat kamertje viel niet op doordat de keukendeur voor de toegangsdeur draaide en er voor de andere toegangsdeur een kast geplaatst was. Toch werden ze gepakt en naar kamp Westerbork gebracht waar ze samen in barak 97 werden geplaatst. Barak 97 was eigenlijk in gebruik als schooltje. Als opgepakte onderduikers waren de zussen strafgevallen, maar als de strafbarakken vol waren werd het schooltje tijdelijk ingezet voor onderdak.

 

Vanuit Westerbork werden de zussen op 20 juli per trein op transport gesteld naar het vernietigingskamp Sobibor. Evenals haar zus werd Kaatje direct na aankomst, op 23 juli 1943, vermoord in de gaskamer. Ze is 72 jaar geworden.