Johanna de Winter-Hertog, 66 jaar, 1878-1943

Johanna werd op 29-6-1878 geboren in het Limburgse Meerssen. Ze trouwde met de Brabantse en eveneens Joodse slager en veehandelaar Hertog de Winter en het paar ging wonen aan de Heuvelstraat 16 in Veghel. Ze kregen vier kinderen: Ies, Selma, Jules en Gien.

 

Tijdens de oorlog doken alle leden van het gezin onder. Selma en haar man Hugo zaten in Aartswoude, hun twee dochters zaten apart van hen en van elkaar elders ondergedoken. Ies dook onder in Amsterdam en Gien op diverse adressen. Jules woonde in Amsterdam clandestien samen met zijn verloofde, de christelijke verpleegster Winnie Swart. Hertog en Johanna zaten vanaf maart 1943 in Hoorn ondergedoken bij banketbakker Kleppe. Half juni 1944 kreeg Hertog echter een beroerte en werd hij onder de valse naam Bos opgenomen in een rusthuis in Amsterdam. Johanna bleef op haar onderduikadres in Hoorn achter.

 

Bij een inval in het appartement van Jules en Winnie werd een brief van Gien aan Jules gevonden, waaruit het onderduikadres van Hertog en Johanna bleek. Na zware druk van de SD agenten gaf Winnie ook de verblijfplaatsen van haar schoonvader en Hugo en Selma prijs.

 

In de gevangenis aan de Weteringschans troffen Hertog, Johanna, Selma en Hugo elkaar en in Westerbork kwamen ze ook Jules weer tegen. Hertog en Johanna werden overgebracht naar kamp Auschwitz-Birkenau in Polen. Hier werden ze direct na hun aankomst op 6 september 1944 vermoord in de gaskamer. Johanna is 66 jaar geworden.

 

Jules is hoogstwaarschijnlijk uiterlijk op 28 januari 1945 ergens tussen het Poolse Gleiwitz en Dachau gestorven tijdens de dodenmars na de ontruiming van Auschwitz.

Ies en Gien hebben de oorlog door onderduik weten te overleven.

Selma en Hugo zijn in april 1945 bevrijd uit Tröbitz, maar Hugo is daar in mei alsnog door uitputting gestorven. Selma en haar twee dochters overleefden de oorlog.