Emma de Winter - Cohen, 75 jaar, 1867-1943

Erna Sara Neustadt, 48 jaar, 1893-1942

Alida Schuijer - van Emmen, 58 jaar, 1884-1942

Emma Cohen is op 16 maart 1867 geboren in het Duitse plaatsje Krefeld. Ze trouwt met de Veghelse winkelier Simon de Winter. Samen wonen ze boven hun manufacturenwinkel Firma Jacob de Winter aan de Hoofdstraat 21. De winkel was rond 1850 opgericht door Simons vader Jacob de Winter. Simon en Emma hadden het bedrijf van hem overgenomen.

Zelf blijven ze kinderloos, maar er wonen wel altijd neven en nichten bij hen in, die ook in de winkel werken.

In 1930 overlijdt Simon en vanaf dat moment runt Emma het bedrijf zelf. Ze had altijd een huishoudelijke hulp in huis en vanaf de zomer van 1937 is dat de Haarlemse Alida Schuijer-van Emmen. Alida was al jong weduwe geworden en verdiende na de dood van haar man haar geld als huishoudster. Ze heeft één volwassen dochter, Rosina, die in Amsterdam woont.  

In die tijd trekt ook Emma’s nicht Erna Neustadt bij hen in.

Erna Sara Neustadt

Erna, geboren op 3 oktober 1893 in het Duitse Mülheim aan de Roer, een stadje vlakbij Keulen, is de dochter van Emma’s overleden zus. Zij bleef alleen over nadat haar ouders overleden waren en haar broer geëmigreerd was naar de Verenigde Staten. Erna is niet getrouwd en heeft geen kinderen.

 

Op 27 augustus 1942 komt voor veel joden in de provincie Noord-Brabant de oproep om zich de volgende dag op station Den Bosch te melden om naar Westerbork te worden gebracht. Erna heeft zich gemeld. Ze is maar enkele dagen in Westerbork geweest, voor ze gedeporteerd werd naar het vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Daar werd ze op 3 september 1942 vergast. Ze is 48 jaar geworden.

Alida duikt onder

Alida besluit om uit Veghel te vluchten en duikt onder. Op 24 september 1942 plaatst de burgemeester van Veghel een bericht in het Algemeen Politieblad, waarin hij verzoekt om opsporing van Alida van Emmen. Zij wordt ervan verdacht van woonplaats te zijn veranderd zonder de daartoe vereiste vergunning te hebben. Met deze omschrijving werden joden aangeduid die waren ondergedoken.

Alida zit eerst onder de valse naam Schut in een pension in Haarlem. Daar wordt ze gearresteerd en overgebracht naar Amsterdam. Haar dochter wordt in Amsterdam opgepakt. In afwachting van transport naar Westerbork, lukt het ze echter met de hulp van een medewerker van de Joodse Raad weer vrij te komen. De vreugde is echter van korte duur want Alida al wordt helaas de volgende dag al weer opgepakt en naar het politiebureau gebracht. Rosina geeft zichzelf aan op het bureau en ook zij wordt weer ingesloten.

 

Alida wordt zonder haar dochter naar Westerbork gebracht, waar ze na een ruime week op transport wordt gezet naar Auschwitz-Birkenau. Daar is ze direct na aankomst, op 7 december 1942, vergast. Ze is 58 jaar geworden. Rosina komt pas enkele weken later aan in Westerbork. Moeder en dochter hebben elkaar dus niet meer gezien. Rosina wordt op transport gesteld naar Sobibor, waar ze in juli 1943 vergast is.

Emma’s verhaal

Emma wordt na het vertrek van haar beide huisgenoten opgenomen in het Joodse rusthuis Hannah, in Oss. Dit tehuis wordt gerund voor en door joden in het woonhuis van huisarts Frank. Zijn vrouw en dokter Margaret Danby zwaaien er de scepter. Het aantal mensen dat verzorging nodig had werd steeds groter en dat gaf enkele jonge mensen de kans om als pseudo “verpleger” in ieder geval tijdelijk gevrijwaard te blijven van deportatie. Er werd zelfs een dependance van het rusthuis ingericht, verderop in Oss.

Maar dan, in het begin van 1943, ontstaat in het rusthuis grote spanning. Het huis zou gevorderd gaan worden door een Duitse instantie en het was onduidelijk wat er met het personeel en de bewoners zou gebeuren. Dokter Danby heeft zo haar eigen tactiek om haar patiënten en personeel zo lang mogelijk uit handen van de bezetter te houden. Voor hun huizen en de twee rusthuizen plaatst ze borden met daarop de tekst ‘Scharlach’, dat betekent roodvonk. De Duitsers waren doodsbenauwd voor besmettelijke ziekten en daardoor krijgen de bewoners nog enig respijt.

 

Emma krijgt, waarschijnlijk ook in het begin van 1943, onderduik bij landbouwer Aalbert van Schutterhoef en zijn vrouw Anna in Zaltbommel. Hun dochtertje Wien noemde Emma “Omaatje”. Niet lang nadat Emma bij de Van Schutterhoefjes introk, wordt ze ziek. Ze wordt medisch behandeld door een betrouwbare huisarts. Maar desondanks overlijdt Emma op 1 mei 1943 op haar onderduikadres. Ze is dan 76 jaar.

Toen zaten haar onderduikgevers dus met een onverklaarbaar lijk. Emma’s stoffelijk overschot wordt daarom in de tuin begraven in een kist van ruwe houten planken. Haar medicijnen worden met haar mee begraven, zodat na de oorlog duidelijk zou zijn dat Emma aan een natuurlijke doodsoorzaak overleden was én dat ze medische zorg had gekregen. Pas na de bevrijding kan Aalbert Emma’s overlijden officieel aangeven. Dat doet hij in mei 1945. Vier maanden later wordt Emma herbegraven op de joodse begraafplaats in Schijndel, naast haar echtgenoot Simon.

 

Emma is 76 jaar geworden. Alida werd 58 en Erna 48 jaar.