Arnold (Aäron) van der Sluis, 48 jaar, 1893-1942

Bertha (Belia) van der Sluis - de Lange, 41 jaar, 1901-1942

Lies (Elisabeth Henriëtte) van der Sluis, 16 jaar, 1926-1942

Jetty (Henriëtte Emmie) van der Sluis, 14 jaar, 1927-1942

Emma van der Sluis, 3 jaar, 1939-1942

Arnold was de oudste van zeven kinderen van het slagersgezin Van der Sluis uit Vlijmen. Hij kwam in Veghel omdat hij bij zijn oom Simon de Winter, een broer van zijn moeder, en diens vrouw Emma ging wonen en werken. Hij werkte daar als vertegenwoordiger in hun manufacturenzaak aan de Hoofdstraat, de firma Jacob de Winter.

 

In 1924 trouwde Arnold met Bertha de Lange uit Oss en ze gaan wonen aan Hoofdstraat 65. Ze huurden dit pand van de familie Klomp-Bueters, die ook eigenaar was van de daarnaast gelegen draadnagelfabriek aan de Blauwe Kei. Arnold heeft heel lang bij de firma Jacob de Winter gewerkt. In februari 1933 vierde hij zijn 25-jarig jubileum bij de firma.

 

Arnold en Bertha kregen drie dochters: Lies, Jetty en Emma. De familie Van der Sluis stond bekend als een leuk, gezellig gezin. De oudste twee dochters zaten op de openbare school.

In november 1937 begon Arnold in zijn woonhuis voor zichzelf onder de handelsnaam “A. v.d. Sluis, Manufacturen in den uitgebreidsten zin alsmede goud en zilver”.

Werkkamp "Heino"

Na de bezetting in 1940 werd het dagelijks leven voor Joden steeds meer beperkt. Wat de twee oudste dochters erg geraakt moet hebben, is dat ze per 1 september 1941 niet meer naar de openbare school mochten.

In juli werd al het Joodse vastgoed in beslag genomen. Gelukkig huurden Arnold en Bertha hun huis en hoefden ze er daarom niet uit. Maar in dezelfde periode werd Arnold opgeroepen voor een keuring in Den Bosch. Niet lang daarna volgde voor hem de oproep om zich te melden voor een werkkamp. Verschillende mensen in Veghel hadden Arnold een onderduikadres aangeboden, maar hij zei: “We hebben niemand kwaad gedaan. We komen allemaal terug.”

 

Arnold vertrok op 23 augustus naar het werkkamp “Schaarshoek” bij Heino in Overijssel. Daar moest hij onder toezicht van de Duitsers voor de Heidemaatschappij werkzaamheden verrichten. Een maand later besloot de bezetter echter dat alle werkkampen in Nederland per 1 oktober ontruimd moesten worden. De gevangenen zouden in kamp Westerbork herenigd worden met hun gezinnen. En dus vertrok Arnold met zijn lotgenoten naar Westerbork.

Voor even herenigd

Bertha en de meisjes hadden een oproep ontvangen om zich in Den Bosch te melden en van daar naar Westerbork te reizen. Op 5 oktober liepen ze met hun bagage naar het station waar ze op de trein naar Den Bosch stapten. Zelfs nog bij hun vertrek hebben verschillende mensen geprobeerd Bertha ervan te overtuigen om Emma, die toen 3 en een half jaar oud was, in Veghel achter te laten. Bertha was echter blij dat haar gezin in Westerbork herenigd zou worden en wilde hier niets van weten.

Toen de Van der Sluisjes diezelfde dag aankwamen in Westerbork, belandden zij in een totale chaos. Het kamp werd overspoeld met dwangarbeiders én met hun gezinsleden. Vanuit Westerbork schreef Bertha nog een kaartje aan haar goede vriendin Bets Andriesse. Ze schreef: “Wat hebben wij toch een mooie tijd gehad. Ik hoop dat wij het later nog eens over kunnen doen.” 

Op transport

Na drie weken in Westerbork moest het hele gezin Van der Sluis op transport, per trein naar Auschwitz-Birkenau. Nadat ze twee dagen onderweg waren, werden bij het Poolse stadje Cosel de arbeidsgeschikte mannen uit de trein gehaald. Zij werden naar werkkampen gebracht. Ook Arnold was hierbij en hij werd  per vrachtauto naar het werkkamp Sakrau gebracht. Hier werden de mannen gedwongen om loodzwaar werk te verrichten en er werd zeer slecht voor hen gezorgd. Er was veel te weinig voeding, rust, medische zorg en hygiëne. Daardoor werden de meeste mannen op een bepaald moment waardeloos voor de dwangarbeid en dan wachtte hen alleen nog de dood. Dat gebeurde ook met Arnold. Op 20 november 1942 overleed hij, waarschijnlijk aan ziekte en uitputting.

 

Zijn vrouw en drie dochters hadden in de trein moeten blijven en zij kwamen aan in vernietigingskamp Auschwitz-Birkenau. Bertha en de meisjes zijn direct bij aankomst, op 26 oktober 1942 vergast.

 

Fia Hendriks woonde in de Hoofdstraat tegenover de familie Van der Sluis. Ze was bevriend met Lies en Jetty en zij vertelde dat Arnold haar vader enkele spullen in bewaring had gegeven om te verstoppen tot ze weer terug zouden zijn. Hij gaf Mies een koffer en de familietorah. Uit angst voor de nazi’s heeft Mies de Torah al tijdens de oorlog verbrand. Toen na de oorlog duidelijk werd dat de familie Van der Sluis niet meer terug zou komen, opende Hendriks nieuwsgierig de koffer. Er zaten alleen linkerschoenen in. De rechterschoenen waren bij een andere familie ondergebracht.

 

Arnold is slechts 48 jaar geworden, Bertha 41. Lies werd 16, Jetty 14 en Emma net geen 3 en een half jaar.